ECLI:NL:GHARL:2018:587
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kantonrechterbeslissing wegens ontbrekende ondertekening en ongegrondverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 18 januari 2018 de beslissing van de kantonrechter vernietigd omdat het proces-verbaal niet was ondertekend door de kantonrechter, wat een essentieel formeel gebrek vormt. Het hoger beroep van betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie werd vervolgens inhoudelijk beoordeeld.
De officier van justitie had het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, aangezien het beroepschrift pas op 6 maart 2015 was ingediend terwijl de termijn op 17 november 2014 was verstreken. De gemachtigde voerde aan dat betrokkene de beschikking niet had ontvangen, maar het hof oordeelde dat het CJIB aannemelijk had gemaakt dat de beschikking was verzonden naar het juiste adres en dat de enkele ontkenning onvoldoende was om ontvangst te betwisten.
Daarom werd het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en ongegrond verklaard. Het hof ging niet in op de inhoudelijke bezwaren tegen de sanctie. Omdat de vernietiging van de kantonrechterbeslissing op formele gronden berustte en de inhoudelijke verweren niet succesvol waren, wees het hof ook het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening en de kantonrechterlijke beslissing wordt vernietigd wegens ontbrekende ondertekening.