Uitspraak
ontvangervan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Ontvanger)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is als voorzitter van een stichting aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loonbelastingschulden over de periode maart tot en met december 2014. De stichting heeft de loonheffingen niet afgedragen en geen melding betalingsonmacht gedaan, waardoor op grond van de Invorderingswet 1990 een vermoeden bestaat dat de niet-betaling aan de bestuurder is te wijten.
Belanghebbende stelde dat hij als redelijk handelend bestuurder heeft gehandeld door meerdere malen inzage te vragen in de financiële administratie en adviezen te geven, maar dat hij werd gerustgesteld door de directeur. Hij voerde aan dat het niet aan hem te wijten is dat de stichting geen melding betalingsonmacht heeft gedaan.
De ontvanger en het hof oordeelden echter dat belanghebbende zich te veel heeft afgezonderd van de financiële gang van zaken, niet voldoende betrokken was, en geen feitelijke maatregelen heeft genomen om de betalingsproblemen te voorkomen. Hierdoor heeft hij niet gehandeld als een redelijk handelend bestuurder en heeft hij het vermoeden niet kunnen weerleggen.
Het hof vond de belangenafweging van de ontvanger om alleen belanghebbende aansprakelijk te stellen niet willekeurig of onevenredig, mede gezien het ontbreken van verhaal bij andere bestuurders. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor de onbetaalde loonbelastingschulden van de stichting.