ECLI:NL:HR:2019:1954

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2019
Publicatiedatum
12 december 2019
Zaaknummer
18/03518
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring cassatie tegen aansprakelijkstelling loonbelasting

Belanghebbende was aansprakelijk gesteld voor de van Stichting [A] te [Z] nageheven loonbelasting en premie volksverzekeringen over de periode maart 2014 tot en met december 2014. Tegen deze beschikking werd bezwaar gemaakt en vervolgens hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof bevestigde de aansprakelijkstelling. Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het ingebrachte middel niet tot cassatie kan leiden. Daarbij is overwogen dat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat nadere motivering achterwege kan blijven. Tevens is geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen.

Het arrest is op 13 december 2019 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard. Hiermee blijft de aansprakelijkstelling voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen ongewijzigd in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer18/03518
Datum13 december 2019
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 juli 2018, nr. 17/00920, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 16/3019) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking tot aansprakelijkstelling voor de van Stichting [A] te [Z] nageheven loonbelasting en premie volksverzekeringen over de tijdvakken maart 2014 tot en met december 2014.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2019.