Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
“althans te verplaatsen naar het eigen perceel”. Ook zonder deze verduidelijking zou het hof [geïntimeerden] kunnen veroordelen tot verplaatsing van het hekwerk, omdat het mindere in het meerdere besloten ligt. Bovendien heeft [appellant] al in nr. 86 van de memorie van grieven uiteengezet dat hij met verwijdering in feite verplaatsing van het hekwerk heeft bedoeld. Van een vermeerdering of wijziging van eis is daarom geen sprake.
“door de erfafscheiding”(nr. 12 van de memorie van grieven). Hij heeft bewijs aangeboden van zijn stelling dat [geïntimeerden]
“piketpalen”hebben verplaatst (nr. 105 van de memorie van grieven). Het hof passeert deze stelling van [appellant] , omdat zij tegenover de betwisting door [geïntimeerden] onvoldoende is uitgewerkt. Het is niet duidelijk geworden om welke piketpaal of piketpalen het gaat en waarop [appellant] zijn stelling baseert dat [geïntimeerden] deze zou hebben verplaatst. Aan bewijslevering wordt daarom niet toegekomen.