Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 juli 2018 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 20 juli 2016 in de zaak van verdachte S. betreffende beleggingsfraude met Centurion Vastgoed B.V.
Het hof bevestigde de bewezenverklaring van oplichting, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen, maar vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de beslissing over de schadevordering van de Stichting Beleggersbelangen Centurion. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan geen voorwaardelijk deel, met aftrek van voorarrest.
De vordering tot schadevergoeding van de Stichting, namens ruim 650 beleggers, werd gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van circa €26,7 miljoen minus 25% renteaftrek, met wettelijke rente vanaf 31 juli 2014. Het hof legde tevens een maatregel op conform artikel 36f Sr met vervangende hechtenis voor wanbetaling. De overige vorderingen werden niet-ontvankelijk verklaard en moeten bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Het hof motiveerde de strafverzwaring door de ernst van het feit, het grote benadelingsbedrag en het misbruik van vertrouwen, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn eerdere strafblad. De uitspraak onderstreept de impact van de fraude op de financiële sector en de slachtoffers.