Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De beoordeling van de grieven en de vordering
NJ2001/503,
Eelder woningbouw/Van Kammen).
RvdW2018/240,
Dammer/Lecc). Het gaat immers om een beding dat niet alleen tussen partijen geldt, maar de bedoeling heeft ook derden te binden. Omdat partijen verschillen over de uitleg van artikel 9 heeft Pro het hof de vrijheid dit artikel zelfstandig uit te leggen en is het in zijn afweging niet beperkt tot de gezichtspunten die partijen hebben aangedragen (HR 23 juni 1995,
NJ1996/566,
FMN/Prêt-a-porter) en HR 21 juni 1996,
NJ1997/327,
Van Genk/De Wild).
NJ2012/234 (
De IJpelaar) en HR 20 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5555,
NJ2012/292 (
Van der Vliet/Van den Berg) leidt niet tot een andere beoordeling.