Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Almere(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een BV die een deel van de bedrijfsactiviteiten van een failliet constructiebedrijf heeft overgenomen, betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas door de Inspecteur. De Inspecteur had de premie gebaseerd op de veronderstelling dat de volledige onderneming was overgenomen, waardoor alle premieplichtige lonen van de failliet aan belanghebbende werden toegerekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat belanghebbende slechts een deel van de onderneming had overgenomen, waaronder 21 van de 29 werknemers, de bedrijfsnaam, inventaris en goodwill.
De kern van het geschil betrof de vraag of de overgang van een deel van de onderneming tot een lagere premie zou moeten leiden. Het hof oordeelde dat de korting op de premie, vanwege het ontbreken van toerekenbare uitkeringen in het referentiejaar, niet gunstiger wordt bij gedeeltelijke overgang. Bovendien mag het hoger beroep niet leiden tot een hogere premie dan door de Inspecteur was vastgesteld.
Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het geschil over het verhaals- en toerekeningsbesluit van het UWV wordt separaat behandeld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas wordt ongegrond verklaard.