Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan
de gemeente Nijmegen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een hondensportvereniging, betwist de door de gemeente Nijmegen vastgestelde WOZ-waarde van een terrein met clubhuis en opslag gelegen op een voormalige vuilstortplaats. De waardepeildatum is 1 januari 2015 en de vastgestelde waarde bedraagt €279.000. Belanghebbende stelt dat de waarde te hoog is vanwege de bodemverontreiniging en pleit voor een lagere waarde van €113.000.
De bodem is gesaneerd volgens IBC-maatregelen en vormt geen actueel risico. De heffingsambtenaar baseert de waardering op de gecorrigeerde vervangingswaarde (GVW) omdat er geen marktvergelijkingen zijn voor dergelijke incourante objecten. De waarde van de grond is vastgesteld op basis van de Taxatiewijzer Sport en Agrarisch, met een correctie van €58.800 wegens bodemverontreiniging en negatieve imago.
Het hof oordeelt dat de bodemverontreiniging voldoende is meegenomen in de waardering en dat de door belanghebbende aangevoerde volledige saneringskosten niet relevant zijn omdat de sanering al heeft plaatsgevonden. De waarde van de opstallen is niet in geschil. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 september 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €279.000 wordt bevestigd.