Belanghebbende was gehuwd met een ex-echtgenote en samen hadden zij een rekening bij de Kredietbank Luxembourg met een saldo van €60.743. Dit saldo werd niet verantwoord in de belastingaangiften over 2001 en 2003. De Inspecteur corrigeerde het belastbare inkomen uit sparen en beleggen met 4% van dit saldo per jaar en legde vergrijpboetes op wegens het niet aangeven van dit vermogen.
Na een eerdere uitspraak van de rechtbank en een arrest van de Hoge Raad, waarbij het geschil werd terugverwezen naar het Hof, stond de vraag centraal of belanghebbende en zijn ex-echtgenote gezamenlijk hadden gekozen voor een afwijkende toerekening van het inkomen uit sparen en beleggen. Het Hof concludeerde dat belanghebbende 100% van het niet-verantwoorde inkomen moest worden toegerekend.
Het Hof bevestigde dat de boetes van 100% passend zijn, ondanks het beroep van belanghebbende dat deze in strijd zouden zijn met het verbod op zelfincriminatie en dat niet alle relevante stukken waren overgelegd. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen. De aanslagen en boetes werden verminderd naar de correcte bedragen, en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.