Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
De Jeugd- & Gezinsbeschermers,gevestigd te Haarlem,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator voor zijn minderjarige kinderen werd afgewezen. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en de moeder heeft het eenhoofdig gezag. De vader is het recht op omgang met de kinderen ontzegd en heeft diverse verzoeken gedaan, waaronder het instellen van een bijzondere curator.
Tijdens de procedure heeft het hof het dossier bestudeerd en de standpunten van partijen gehoord. De vader stelde dat de gecertificeerde instelling (GI) onvoldoende heeft gedaan om zijn omgang met de kinderen mogelijk te maken en dat een bijzondere curator de belangen van de kinderen beter zou kunnen behartigen. De moeder betoogde dat een bijzondere curator niet in het belang van de kinderen zou zijn.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:250 BW Pro een bijzondere curator alleen benoemd kan worden indien de belangen van de gezagsdragers in strijd zijn met die van de minderjarige. De vader heeft onvoldoende feiten aangevoerd waaruit een dergelijk belangenconflict blijkt. Het geschil betreft vooral de wijze van uitvoering van de ondertoezichtstelling door de GI, waarvoor andere rechtsmiddelen bestaan.
Daarom wijst het hof het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af en bekrachtigt het de bestreden beschikking voor zover deze het verzoek afwees. De overige hoger beroepen van de vader worden in een aparte procedure behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.