Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Uitzendgroep WERK! B.V.,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR BEPAALDE TIJD MET UITGESTELDE PRESTATIEPLICHT – FASE A
3.De procedure in eerste aanleg
4.De beoordeling van de grieven en de vordering
uitsluitendvoor één inlener heeft gewerkt. Dat betekent dat als en zolang de uitzendkracht voor meerdere inleners heeft gewerkt, de 26-wekentermijn niet aanvangt. Nu tussen partijen vaststaat dat [geïntimeerde] voor Werk ten behoeve van meerdere inleners tegelijkertijd heeft gewerkt is voor haar de inlenersbeloning van artikel 19 lid 5 onder Pro b van de ABU-CAO nooit van toepassing geworden, aldus [geïntimeerde] .
dezelfde. De toevoeging van het woord
induidt veeleer op het tegengestelde, omdat dat woord de mogelijkheid openlaat dat in de 26 weken ook voor andere opdrachtgevers wordt gewerkt. Het hof legt de bepaling daarom aldus uit dat de inlenersbeloning wordt toegekend nadat de uitzendkracht in 26 weken voor dezelfde inlener heeft gewerkt. Dat in de ABU-CAO niet bedoeld is om de inlenersbeloning toe te passen als tijdens de 26 weken voor verschillende inleners wordt gewerkt, zoals [geïntimeerde] stelt, kan, wat daarvan ook zij, niet tot een andere uitleg leiden, nu die bedoeling niet blijkt uit de tekst van de cao. Ditzelfde geldt voor de mogelijke onduidelijkheden voor uitzendkrachten die het gevolg zijn van deze uitleg. Ook de omstandigheid dat in artikel 19 lid 5 onder Pro c van de ABU-CAO de mogelijkheid van misbruik van recht wordt onderkend doet aan deze uitleg niet af, nu de in die bepaling omschreven situaties zich in deze zaak niet voordoen.