Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden in 2016 en hebben drie minderjarige kinderen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. De rechtbank had bij beschikking van 2 november 2016 de kinderalimentatie vastgesteld op €178 per kind per maand met ingang van 10 februari 2015, en partneralimentatie afgewezen.
De man ging in hoger beroep en stelde onder meer dat de ingangsdatum van de kinderalimentatie later moest worden vastgesteld, namelijk per 2 november 2016, omdat hij gedurende de procedure alle schulden had voldaan. Het hof overwoog dat vanwege financiële verwevenheid tot de echtscheiding en het ontbreken van bewijs dat de vrouw ook kosten had betaald, de ingangsdatum moet aansluiten bij de datum van inschrijving van de echtscheiding, te weten 6 april 2016.
Verder werd de draagkracht van de man vastgesteld op €469 per maand, conform de richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen, waarbij advocaatkosten niet werden meegenomen. Het hof verwierp de overheveling van draagkracht die bestemd was voor partneralimentatie naar kinderalimentatie, omdat dit de voorspelbaarheid en rechtszekerheid schaadt.
Uiteindelijk werd de kinderalimentatie vastgesteld op €469 per maand, €156,33 per kind, ingaande 6 april 2016. De overige grieven werden afgewezen en de beschikking van de rechtbank vernietigd voor zover het kinderalimentatie betreft.
Uitkomst: De man moet vanaf 6 april 2016 €469 per maand aan kinderalimentatie betalen; overheveling van partneralimentatie naar kinderalimentatie wordt afgewezen.