Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoeker],
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind centraal. De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging verlengde tot 20 juli 2018. De minderjarige verblijft sinds kort na haar geboorte bij een pleeggezin. De ouders wensen een kortere duur en willen een onderzoek naar hun opvoedingscapaciteiten.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat het perspectief op terugkeer naar de ouders nog onvoldoende is. Uit rapporten blijkt dat de moeder cognitief beperkt is en getraumatiseerd, waardoor haar opvoedingsvaardigheden tekortschieten. De vader werkt veel en is weinig betrokken, en weigert medewerking aan een persoonlijkheidsonderzoek. De omgang met het kind is moeizaam en laat op gang gekomen.
Het hof concludeert dat de verlenging van de machtiging noodzakelijk is om continuïteit en veiligheid in de opvoeding te waarborgen. Het hof bekrachtigt de beschikking en benadrukt dat er duidelijkheid moet komen over het toekomstperspectief van het kind, waarbij de gecertificeerde instelling zicht moet krijgen op de ouders en hun mogelijkheden. De ouders dienen mee te werken aan onderzoek en het belang van het kind voorop te stellen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 20 juli 2018 wegens zorgelijke opvoedingssituatie en ontbrekend perspectief op terugkeer.