Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid met 19 km/u op een trajectcontrole op de A2 te Vinkeveen. Betrokkene stelde beroep in tegen deze beschikking, waarbij onder meer werd aangevoerd dat de lengte van het traject niet was vermeld en dat daardoor niet kon worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden.
De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk. Het gerechtshof oordeelde dat het beroep tegen de inleidende beschikking wel ontvankelijk was en dat het verzoek om proceskostenvergoeding ten onrechte was afgewezen.
Het hof stelde vast dat de voorgelegde gegevens, waaronder foto's en het zaakoverzicht, geen exacte trajectlengte vermeldden en dat de officier van justitie geen aanvullende informatie had verstrekt. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de gedraging had plaatsgevonden. Het hof vernietigde de sanctiebeschikking, bepaalde dat het gestelde bedrag aan betrokkene moest worden gerestitueerd en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten.