Uitspraak
[appellant],
Rabobank,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
grieven 4 en 5 in het principaal hoger beroep. Als gevolg daarvan komt het depot niet in zijn geheel toe aan Rabobank, doch eerst aan [appellant] . Daarmee heeft [appellant] geen belang bij zijn
grief 6, die ziet op de omvang van de vordering van Rabobank, nu in hun onderlinge verhouding de depotovereenkomst meebrengt dat het restant van het depot aan Rabobank toekomt.
Grief 7van [appellant] ziet op de proceskosten in eerste aanleg. Daarover zal het hof hieronder beslissen. Hetgeen betoogd is in de
grieven 1 tot en met 3is aan de orde gekomen in het arrest van 31 januari 2017. Bij (verdere afzonderlijke) bespreking van die grieven heeft [appellant] geen belang. Aangezien het depot eerst aan [appellant] toekomt, is de weigering van [appellant] het volledige depot vrij te geven aan Rabobank terecht geweest en heeft hij niet onrechtmatig jegens Rabobank gehandeld. Daarmee ontvalt de grondslag aan de door Rabobank gevorderde wettelijke rente en faalt de daarop gestoelde vordering in het
incidenteel appel.