Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Inleidende beschouwingen
geenzaaksvervanging plaatsvindt – dat díé in de akte worden vermeld. De veronderstelling van de wetgever lijkt me te zijn geweest dat de bewaarder van de registers ook zonder vermelding van de zaaksvervanging in de ruilverkavelingsakte, die zaaksvervanging ambtshalve constateert en dat naar aanleiding daarvan de in de vorige alinea bedoelde aantekening bij de hypothecaire inschrijving plaatsvindt (waarna zoals gezegd de basisregistratie kadaster voor de ontsluiting van die inschrijving en aantekening moet zorgen).
onvolledigheidvan de openbare registers. Art. 3:24 lid 1 BW Pro luidt als volgt:
kan volstaan methet raadplegen van de registers (hoewel hij dit laatste dus niet eens behoeft te hebben gedaan), [13] maar dat laat dan onverlet dat bij de bescherming tegen onvolledigheid van de registers de drempel welbewust laag ligt.
zijnwaarnemingen en verrichtingen. Te denken is bijvoorbeeld aan de verklaring van een notaris dat hij de zakelijke inhoud van de akte aan de verschijnende personen heeft meegedeeld en toegelicht, of dat hij de akte algeheel of gedeeltelijk heeft voorgelezen (art. 43 Wet Pro op het notarisambt). [15] Ik kan niet inzien hoe art. 3:25 BW Pro betekenis zou kunnen hebben voor het geval zoals wij dat nu onder ogen zien, namelijk dat de zaaksvervanging die van ruilverkaveling het gevolg is, niet bij de hypothecaire inschrijving is aangetekend.
onjuistheid) als anders heeft gezien dan dat van art. 3:24 BW Pro (
onvolledigheid). De mogelijkheid dat ingeschreven feiten in werkelijkheid zich niet of anders kunnen hebben voorgedaan is inherent aan het
negatievestelsel van openbaarheid. Het niet ingeschreven zijn van inschrijfbare feiten daarentegen is aan dat negatieve stelsel niet inherent, maar raakt de openbaarheid als zodanig.
onvolledigheidindien men de ontbindende voorwaarde zelf beschouwt als de rechtshandeling die voor de rechtstoestand van het registergoed van belang is in de zin van art. 3:17 BW Pro. Maar men kan ook zeggen dat die ontbindende voorwaarde ‘slechts’ van de koopovereenkomst deel uitmaakt en daarom zélf geen inschrijfbaar feit is. Wel is de koopovereenkomst
onjuistingeschreven, want zonder de ontbindende voorwaarde. Mogelijk is de laatste duiding juister dan de eerste, [18] maar hoe dan ook is het onderscheid subtiel.
inschrijvingin de openbare registers van de akte van toedeling, terwijl volgens lid 3 bij een bestaande inschrijving (!)
aantekeningvan de zaaksvervanging plaatsvindt. [21]
4.Bespreking van de klachten in het principaal cassatieberoep
daaromsprake is van een voor inschrijving vatbaar feit. Dat is een creatieve uitleg van art. 3:24 BW Pro, maar miskent het stelsel waarvoor de wetgever heeft gekozen. [25]