ECLI:NL:GHARL:2018:9367
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing van uitvoerbaarheid vervangende toestemming tot erkenning kind
In deze civiele zaak betreft het een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een door de rechtbank verleende vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarig kind. De rechtbank had op 8 augustus 2018 de man vervangende toestemming verleend tot erkenning van het kind en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De vrouw verzocht het hof om deze uitvoerbaarheid te schorsen. Zij stelde dat de erkenning haar veel stress bezorgt, mede door wantrouwen jegens de man uit hun relatieperiode en de mogelijke gevolgen van dubbele nationaliteit voor het kind. De man en de bijzondere curator voerden aan dat het belang van het kind bij vaststelling van de afstammingsrelatie zwaarder weegt.
Het hof overwoog dat de rechtbank geen gemotiveerde beslissing had gegeven over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, waardoor het beoordelingskader van de Hoge Raad werd gevolgd. Het belang van de vrouw bij het behoud van de huidige situatie woog zwaarder dan het belang van de man bij de tenuitvoerlegging van de beschikking. Het kind is nog te jong om de afstammingskwestie te begrijpen, en de omgang met de man verloopt conform de rechtbankbeschikking.
Daarom wees het hof het verzoek van de vrouw toe en schorste de werking van de beschikking voor zover het de vervangende toestemming tot erkenning betreft, totdat in de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarheid bij voorraad van de vervangende toestemming tot erkenning van het kind totdat in de hoofdzaak is beslist.