ECLI:NL:GHARL:2018:9374
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs professionele of grootschalige hennepteelt
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit van voorwerpen bestemd voor het telen van hennep, op grond van artikel 11a van de Opiumwet. Het hof vernietigt dit vonnis en spreekt verdachte vrij omdat niet is komen vast te staan dat de goederen bestemd waren voor professionele of grootschalige hennepteelt.
Op 14 december 2016 trof de politie op de zolder van verdachte een kweektent met diverse apparatuur aan, waaronder assimilatie- en groeilampen, een koolstoffilter en een irrigatiesysteem. Verdachte gaf aan circa vijf hennepplanten voor eigen gebruik te willen kweken, en zijn zoon verklaarde dat het om drie planten ging.
Het hof overweegt dat artikel 11a Opiumwet zich richt op professionele of grootschalige teelt en dat uit het dossier niet blijkt dat de aangetroffen goederen daarvoor bestemd waren. Gezien het ontbreken van bewijs voor een beroepsmatige of grootschalige teelt, wordt verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en doet opnieuw recht, waarbij verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de goederen bestemd waren voor professionele of grootschalige hennepteelt.