Conclusie
Nummer18/03610
middelklaagt over de bewijsmotivering.
als relaas van de verbalisanten:
bevestigt dat de betreffende goederen van hem zijn – had hij ook kunnen ontkennen – en dat hij deze eind 2016 op marktplaats heeft gekocht. [verdachte] betwist echter dat die goederen bedoeld waren voor een hennepkwekerij. De verdediging begrijpt de verklaring van [verdachte] zo dat hij bedoelt een hennepkwekerij zoals in de tenlastelegging bedoelt.
NJ2018/281 m.nt. Rozemond overweegt Uw Raad naar aanleiding van de hiervoor geciteerde passage: ‘Blijkens de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis is voor een bewezenverklaring van de bestemming als bedoeld in art. 11a Opiumwet vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij het uiteindelijke doel ten behoeve waarvan de handeling wordt verricht van belang is.’
Teelt van hennep (of de cannabis plant)’) het volgende: [7]
3.2.1. Teelt van hennep (of de cannabis plant)
BIJLAGE 1
NJ2018/281 m.nt. Rozemond en HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1481,
NJ2019/403. Daarin kon uit de bewijsmiddelen worden afgeleid of was het verweer gevoerd dat sprake was van voorwerpen die bestemd waren
geweestvoor de hennepteelt.