In deze civiele zaak stond de uitvoering van een opfokovereenkomst voor geiten centraal. Het hof nam het deskundigenbericht over waarin werd vastgesteld dat de appellant tekort was geschoten door onvoldoende melk te geven aan de lammeren, wat leidde tot ondervoeding en verhoogde vatbaarheid voor ziekten. Daarnaast was er onvoldoende veterinaire zorg verleend.
De deskundige concludeerde dat de primaire oorzaak van de ziekteverschijnselen niet-infectieus was, namelijk ernstige ondervoeding door overbezetting en onvoldoende melkvoorziening. De appellant had onvoldoende geanticipeerd op de piek in aanvoer van lammeren en had geen adequate regierol vervuld in de veterinaire zorg, mede door het inschakelen van meerdere dierenartsen zonder coördinatie.
Het hof achtte het causaal verband tussen de tekortkomingen en de schade voldoende bewezen. De schade werd begroot op €74.000,- waarvan 10% werd toegerekend aan de geïntimeerden wegens eigen schuld. Na verrekening van een onbetwiste vordering van appellant resteerde een schadevergoeding van €31.240,52, vermeerderd met wettelijke rente. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het een hoger bedrag toekende en veroordeelde appellant in de proceskosten.