Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2018:9790

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 november 2018
Publicatiedatum
9 november 2018
Zaaknummer
WAHV 200.210.239
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aansprakelijkheid kentekenhouder bij overschrijding maximumsnelheid zonder huurovereenkomst

In deze zaak is betrokkene als kentekenhouder aangesproken voor een snelheidsovertreding op 1 februari 2015 op de A13 te Rotterdam. Betrokkene voerde aan dat het voertuig was verhuurd aan een derde, maar kon geen schriftelijke huurovereenkomst overleggen.

Volgens artikel 5 van Pro de Wahv is de kentekenhouder aansprakelijk tenzij hij een schriftelijke huurovereenkomst overlegt zoals vereist in artikel 8, aanhef en onder b, Wahv. Het enkel overleggen van adresgegevens van de huurder en het voertuig volstaat niet als bewijs van een huurovereenkomst.

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en het gerechtshof bevestigt deze beslissing. De betrokkene blijft aansprakelijk voor de opgelegde administratieve sanctie van €113,- wegens overschrijding van de maximumsnelheid.

Uitkomst: De aansprakelijkheid van de kentekenhouder voor de snelheidsovertreding blijft bestaan vanwege het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst.

Uitspraak

WAHV 200.210.239
9 november 2018
CJIB 187330574
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 26 augustus 2016
betreffende
[betrokkene] S.A. (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [A] (Frankrijk).

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 113,- opgelegd ter zake van “Overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 15 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 1 februari 2015 om 12.34 uur op de trajectcontrole A13 Rotterdam rechts te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [YY-000-YY] .
2. De betrokkene voert aan dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd aan [B] , van wie de betrokkene nadere (adres)gegevens heeft overgelegd en naar wie de betrokkene verwijst.
3. Artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken was ingeschreven in het kentekenregister ten tijde van de gedraging.
4. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv luidt - voor zover hier van belang - als volgt: “De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel
5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was”.
5. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts dan niet op grond van artikel 5 van Pro de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging het motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van Pro de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.
6. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv "een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk" zijn overgelegd. Dat is hier niet gebeurd. Het enkel overleggen van de (adres)gegevens van de gestelde huurder en van het voertuig volstaat daartoe niet. Overigens is de betrokkene op de achterzijde van de inleidende beschikking in de Franse taal gewezen op hetgeen in artikel 8 aanhef Pro en onder b, van de Wahv is bepaald. Derhalve blijft de betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk voor de aan haar opgelegde sanctie.
7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal deze beslissing daarom bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.