ECLI:NL:RBNNE:2024:5334

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2024
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
11092515 BU VERZ 24-949
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WahvArt. 13a WahvBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen bestuurlijke boete voor ontbreken helm op bromfiets slaagt

Aan Check Netherlands B.V. is een bestuurlijke boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het niet dragen van een goedgekeurde helm door bestuurder of passagier van een bromfiets op 4 augustus 2023.

Check heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing, stellende dat de boete onterecht is opgelegd omdat de huurder van het voertuig niet voldoende identificeerbaar zou zijn. De kantonrechter oordeelt dat de officier van justitie wel over voldoende gegevens beschikte om de huurder te identificeren, mede op basis van een foto van het rijbewijs die door Check was aangeleverd.

De kantonrechter vernietigt daarom de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking, en veroordeelt de officier van justitie tot betaling van proceskosten aan Check. De kantonrechter verklaart zich onbevoegd over de wijze van uitbetaling van deze kosten, verwijzend naar recente jurisprudentie.

Uitkomst: De boete wordt vernietigd omdat de huurder van het voertuig voldoende identificeerbaar was en de beschikking had moeten worden verlegd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 260235428
zaaknummer: 11092515 BU VERZ 24-949

uitspraak van de kantonrechter van 25 februari 2025

inzake

Check Netherlands B.V. (Check),

gevestigd in Amsterdam,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V..

Inleiding

1. Aan Check is een sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verweten gedraging is R536A – ‘Bestuurder of passagier brom/snorfiets, brommobiel draagt geen goedgekeurde, goedpassende/deugdelijk bevestigde helm’, verricht op 4 augustus 2023, om 09:44 uur, op de Zuidersingel in Leeuwarden. De opgelegde sanctie bedraagt € 109,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Check heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. De behandeling van het beroepschrift heeft plaatsgevonden op de openbare zitting van
11 februari 2025. Namens Check is niemand op de zitting verschenen. De gemachtigde is ook niet verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. E. Berkeljon.

Beoordeling door de kantonrechter

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de door betrokkene aangevoerde beroepsgronden, die erop neerkomen dat Check een beroep doet op artikel 8, aanhef en sub b, van de Wahv. [1]
3. De kantonrechter oordeelt dat het beroep op dat artikel slaagt en dat de officier van justitie over voldoende informatie beschikte om de huurder van het voertuig te identificeren, ondanks het ontbreken van de adresgegevens op het overzicht van verhuur. Hij overweegt daarbij als volgt.
3.1.
In de jurisprudentie bestaat geen uitputtende lijst van noodzakelijke gegevens, [2] maar de strekking van artikel 8, aanhef en sub b, van de Wahv is dat de huurder voldoende identificeerbaar dient te zijn, zodat de officier van justitie de boete kan verleggen naar de huurder. [3] Check heeft een overzicht van de huur overgelegd waarop de gegevens van Check, de bij haar bekende gegevens van de huurder, de gegevens van de verhuurde bromfiets, het te betalen bedrag, de begin- en eindtijd en de afgelegde route staan. Het ontbreekt in het overzicht aan de adresgegevens van de huurder.
3.2.
De officier van justitie heeft het administratief beroep ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan zijn verzoek om de adresgegevens van de huurder. Check stelt dat geen verzoek om gegevens is ontvangen, maar de brief van 6 september 2023 met dat verzoek zit in het dossier, zodat de kantonrechter aannemelijk acht dat wel een verzoek is gedaan door de officier van justitie. De vertegenwoordigster heeft op de zitting aangegeven dat de boete niet kan worden verlegd omdat de gevraagde gegevens niet zijn aangeleverd. De gemachtigde heeft het administratief beroep echter aangevuld met een foto van het rijbewijs van de huurder. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat gebruikers een foto van het rijbewijs moeten uploaden bij het creëren van een account bij Check. Het rijbewijs op de foto komt overeen met de foto in het dossier, die de verbalisant heeft gemaakt toen met de bestuurder van de bromfiets is gesproken, en met de naam en geboortedatum op het door Check overgelegde overzicht. Door het rijbewijsnummer te controleren, had de officier van justitie de gegevens kunnen controleren, hier een adres bij kunnen zoeken en de inleidende beschikking kunnen verleggen. [4]

Conclusie en gevolgen

4. Omdat het beroep op artikel 8, aanhef en sub b, van de Wahv slaagt, kunnen de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking niet in stand blijven. De kantonrechter vernietigt deze.
5. Omdat hij het beroep gegrond verklaart, zijn er gronden aanwezig om de door betrokkene gemaakte kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand te vergoeden. Op grond van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht worden toegekend:
  • één punt ter waarde van € 647,00 voor het indienen van het beroepschrift bij de officier van justitie;
  • één punt ter waarde van € 907,00 voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter.
5.1.
Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Hij veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten tot een bedrag van (€ 907,00 + € 647,00) x 0,5 = € 777,00.
5.2.
De kantonrechter verklaart zich onbevoegd om zich uit te laten over de wijze van uitbetaling van de proceskostenvergoeding, onder verwijzing naar het arrest van het hof van 17 juni 2024. [5] Met ingang van 1 januari 2024 is in artikel 13a, derde en vierde lid, van de Wahv bepaald dat uitbetalingen vanwege een beslissing op het administratief beroep of een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de beschikking van de administratieve sanctie is opgelegd. Er is geen overgangsrecht van toepassing en deze vorderingen tot uitbetaling zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die beschikking;
  • bepaalt dat de zekerheidstelling aan Check moet worden terugbetaald;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten, begroot op € 777,00;
  • verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetaling van de proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van
D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2025.
griffier, kantonrechter,

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Voetnoten

1.Deze bepaling luidt: “De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk Pro artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven: een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was.”
2.Vgl. o.a. hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 9 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:9790;
3.Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 20 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3156.
4.Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 2 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1626.
5.Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.