Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
de gemeente Nijmegen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, eigenaar van een verhuurd bedrijfspand, maakte bezwaar tegen aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) en rioolheffing (RIO) over 2015-2017 opgelegd door de gemeente Nijmegen. Hij stelde dat de aanslagen te laat waren opgelegd, de hoorplicht was geschonden en dat de tarieven onredelijk hoog waren, wat zou leiden tot een individuele buitensporige last in strijd met het eigendomsrecht en het EVRM.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat belanghebbende geen verzoek tot hoorzitting had ingediend. De heffingsambtenaar was bevoegd om uitspraak op bezwaar te doen. De aanslagen waren binnen de wettelijke termijn van drie jaar na afloop van het belastingjaar opgelegd, ondanks vertraging in de vaststelling van de WOZ-waarde.
De vermeende misbruik van bevoegdheid door de heffingsambtenaar werd verworpen, aangezien de vertraging het gevolg was van een administratieve vergissing. Het hoge OZB-tarief was niet onrechtmatig omdat gemeenten beleidsvrijheid hebben bij het vaststellen van tarieven en het tarief niet in strijd was met algemene rechtsbeginselen.
Het hof vond ook geen schending van het eigendomsrecht of het EVRM, omdat de tarieven tijdig bekend waren gemaakt en belastingtarieven niet onveranderlijk zijn. De aanslagen vormden geen individuele buitensporige last. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.