Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 21 november 2019 het hoger beroep behandeld inzake het gezamenlijk gezag over een minderjarige geboren in 2005. De rechtbank had eerder het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de vader toegekend, met een omgangsverbod voor de moeder. De moeder verzocht het hof het gezamenlijk gezag in stand te houden of nader onderzoek te gelasten.
Het hof heeft de feiten van de rechtbank overgenomen en vastgesteld dat de ernstige en aanhoudende echtscheidingsstrijd, het strafrechtelijk traject van de moeder en de verstoorde relaties het noodzakelijk maken het gezamenlijk gezag te beëindigen. De communicatie tussen de ouders is dermate verstoord dat het kind klem zit, en het belang van het kind vereist duidelijkheid en rust.
De omgangsregeling met de moeder is eveneens herbeoordeeld. Gezien de ernstige bezwaren van de minderjarige en de traumatische gebeurtenissen acht het hof omgang met de moeder op dit moment niet in het belang van het kind. Het hof wijst het verzoek van de moeder af en compenseert de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.