Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2019:10158

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 november 2019
Publicatiedatum
27 november 2019
Zaaknummer
Wahv 200.259.891/01 en Wahv 200.259.892/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing beroep kentekenhouder tegen administratieve sancties bij voertuigverhuur via deelplatform

De betrokkene, kentekenhouder van een voertuig, kreeg twee administratieve sancties opgelegd voor verkeersovertredingen op 26 januari 2018. Zij voerde aan dat zij niet de bestuurder was en dat het voertuig via een deelplatform was verhuurd aan een derde, met een huurovereenkomst als bewijs.

Volgens artikel 5 van Pro de Wahv is de kentekenhouder aansprakelijk tenzij een bedrijfsmatige huurovereenkomst wordt overgelegd conform artikel 8, aanhef en onder b, Wahv. Het hof oordeelt dat de overgelegde huurovereenkomst niet voldoet omdat de kentekenhouder geen partij is en het deelplatform geen bedrijfsmatige verhuur betreft.

De betrokkene stelde ook dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en vooringenomen, maar het hof wijst dit af wegens gebrek aan specificatie. Het hof bevestigt de eerdere beslissing van de kantonrechter en verklaart de beroepen ongegrond.

Uitkomst: Het hof bevestigt dat de kentekenhouder aansprakelijk blijft voor de administratieve sancties omdat geen bedrijfsmatige huurovereenkomst is overgelegd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummers
: Wahv 200.259.891/01 en Wahv 200.259.892/01
CJIB-nummers
: 214150602 en 214150609
Uitspraak d.d.
: 27 november 2019
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 27 februari 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.
De betrokkene heeft de beroepen schriftelijk nader toegelicht. Er is gevraagd om de zaken op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
Op 4 november 2019 is nog een schrijven van de betrokkene ontvangen.
De zaken zijn behandeld op de zitting van 13 november 2019. De betrokkene is, zoals vooraf aangekondigd, niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen twee administratieve sancties opgelegd, namelijk:
  • een sanctie van € 230,- voor ‘’van rijstrook wisselen zonder overige verkeer voor te laten gaan’’ deze gedraging zou op 26 januari 2018 zijn verricht om 16:37 uur op het Kralingseplein te Rotterdam;
  • een sanctie van € 230,- voor ‘’op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft’’ deze gedraging zou op 26 januari 2018 zijn verricht om 16:36 uur op de Abram van Rijckevorselweg te Rotterdam.
2. De betrokkene, de kentekenhouder van voormeld voertuig, voert aan dat zij niet de bestuurder was van het voertuig. Haar voertuig had zij verhuurd via de website [C] . De huurder dient dan ook te worden aangesproken. Zij heeft een afschrift van de huurovereenkomst overgelegd. Ook heeft zij (achtergrond)informatie over [C] overgelegd. Hieruit kan worden opgemaakt dat [C] bemiddelt in het delen van voertuigen tussen particulieren. Verder benoemt zij nog dat het openbaar ministerie een strafbeschikking heeft ingetrokken nadat was aangetoond dat het voertuig in kwestie ook via [C] was verhuurd. Verder is de betrokkene van mening dat het besluit niet zorgvuldig is uitgevoerd omdat het onvoldoende is gemotiveerd en dat er met vooringenomenheid is gehandeld waardoor er geen sprake is van
fair play.
3. Artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken was ingeschreven in het kentekenregister ten tijde van de gedraging.
4. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv luidt als volgt:
‘’De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk Pro artikel 5a,
degene op wiens naam het kentekenin het kentekenregister is ingeschreven:
b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was.’’
5. Op grond van artikel 5 van Pro de Wahv is de inleidende beschikking opgelegd aan de betrokkene in de hoedanigheid van kentekenhouder. Door de betrokkene is een huurovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het voertuig met voormeld kenteken van 25 januari 2018 tot en met 28 januari 2018 door ene [D] is verhuurd aan [E] . Ter beoordeling staat of voornoemde huurovereenkomst is aan te merken als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.
6. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts dan niet op grond van artikel 5 van Pro de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging het motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van Pro de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.
7. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is.
8. Dat is niet gebeurd. De overgelegde huurovereenkomst kan, gelet op het onder 5. vermelde, niet worden aangemerkt als een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv. Daarbij merkt het hof ten overvloede nog op dat het systeem van [C] niet als bedrijfsmatige verhuur kan worden aangemerkt omdat de verhuurder van het voertuig een particuliere eigenaar is.
9. Het feit dat het openbaar ministerie in een andere zaak de strafbeschikking heeft ingetrokken, betekent niet dat de betrokkene daar in deze zaak ook aanspraak op kan maken.
10. De kantonrechter heeft het beroep op voornoemd artikel dus terecht verworpen. Ten aanzien van de laatste stelling van de betrokkene merkt het hof nog op dat zij geenszins heeft gespecificeerd op welk punt de beslissing onvoldoende zou zijn gemotiveerd en waarom er volgens haar sprake zou zijn geweest van vooringenomenheid. Derhalve gaat het hof voorbij aan deze stelling.
11. Het hof zal de beslissingen van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissingen van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.