ECLI:NL:GHARL:2019:10251
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in zaak roodlichtnegatie
De betrokkene stelde beroep in tegen een sanctie van €230 wegens het niet stoppen voor een rood licht op 21 juni 2018 in Eindhoven. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen gronden zou bevatten en het beroep niet op zitting was behandeld.
Het hof stelde vast dat de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde, omdat wel degelijk een grond was aangevoerd in de zin van artikel 6:5 Awb Pro en de kantonrechter verplicht was het beroep op zitting te behandelen. Het hof vernietigde daarom deze beslissing en ging inhoudelijk op het beroep in.
Het hof oordeelde dat de gedraging van het passeren van het rode licht was verricht en dat de sanctie terecht was opgelegd. De betrokkene had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat stoppen niet mogelijk was, ondanks de korte geeltijd van 3 seconden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de sanctie van €230 wegens het negeren van het rode verkeerslicht.