ECLI:NL:GHARL:2019:10334
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding verzettermijn na daad van bekendheid
In deze civiele zaak tussen TTGro en [bedrijf] B.V. gaat het om de ontvankelijkheid van het door TTGro ingestelde verzet tegen een verstekarrest van het hof. TTGro stelde het verzet in na de verzettermijn van vier weken, terwijl [bedrijf] betoogde dat TTGro eerder een daad van bekendheid had verricht, waardoor de termijn was gaan lopen.
Het hof overwoog dat de verzettermijn begint te lopen zodra de veroordeelde een daad verricht waaruit blijkt dat hij voldoende kennis heeft van het arrest om zich tijdig te kunnen verzetten. TTGro had het arrest niet persoonlijk ontvangen, maar de advocaat van TTGro stuurde op 23 mei 2019 namens TTGro een e-mail aan de wederpartij waarin het verzet werd aangekondigd. Het hof achtte het gerechtvaardigd te veronderstellen dat TTGro zelf voorafgaand aan deze e-mail op de hoogte was van het arrest en opdracht had gegeven tot het instellen van verzet.
TTGro voerde aan dat zij pas later kennis had genomen van de memorie van grieven, maar dit was onvoldoende om het vermoeden te weerleggen. Ook was er geen sprake van schending van het recht op een eerlijk proces. Het hof concludeerde dat het verzet te laat was ingesteld en verklaarde TTGro niet-ontvankelijk, waarbij zij werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: TTGro is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet wegens overschrijding van de verzettermijn.