Belanghebbende heeft voor de jaren 2005 tot en met 2013 bijstandsuitkeringen ontvangen en verzocht om ambtshalve vermindering van haar IB/PVV aanslagen wegens terugbetaling van te hoge bijstandsuitkeringen. De gemeente Súdwest-Fryslân had een deel van de bijstand teruggevorderd en een verrekeningsregeling getroffen.
De rechtbank had de bezwaren van belanghebbende tegen de afwijzing van haar verzoeken ongegrond verklaard. Het hof bevestigt dit oordeel en verklaart het bezwaar voor de jaren 2005 tot en met 2009 niet-ontvankelijk omdat de afwijzing geen voor bezwaar vatbare beschikking is. Voor 2011 is het verzoek afgewezen wegens termijnoverschrijding van de ambtshalve verminderingstermijn.
Voor de jaren 2010, 2012 en 2013 is het verzoek wel ontvankelijk, maar het hof oordeelt dat de terugbetaling van de bijstand niet als negatief loon in die jaren kan worden aangemerkt, omdat het bedrag in 2014 is teruggevorderd en niet in de betreffende jaren ter beschikking stond. Het hof wijst het beroep af en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank.