Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ontvangervan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Ontvanger)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een B.V., kreeg betekeningskosten van €40 in rekening gebracht door de Ontvanger van de Belastingdienst in verband met een naheffingsaanslag loonheffingen. Na bezwaar en beroep verklaarde de Rechtbank het beroep gegrond en verordonneerde de vergoeding van griffierecht. De Ontvanger had de beschikking betekeningskosten niet herroepen, waarop belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof stelde vast dat de Ontvanger de hoorplicht had geschonden door niet te reageren op het verzoek van belanghebbende om gehoord te worden. Desondanks was belanghebbende niet benadeeld omdat het betalingsbewijs pas in beroep werd overgelegd en de Ontvanger daarop de kosten had verminderd tot nihil. Het Hof oordeelde dat de Ontvanger ten onrechte de beschikking betekingskosten had vastgesteld omdat hij niet voldeed aan het zorgvuldigheidsbeginsel door de kennisgeving van het vervallen uitstel niet adequaat te herinneren.
Daarom werd het besluit herroepen wegens aan de Ontvanger te wijten onrechtmatigheid. Het Hof veroordeelde de Ontvanger tot vergoeding van het betaalde griffierecht en stelde de proceskostenvergoeding vast op €447,50, verdeeld over bezwaar, beroep en hoger beroep. De uitspraak werd openbaar gedaan op 10 december 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Ontvanger wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens aan hem te wijten onrechtmatigheid.