Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
- voor de koop en verkoop van roerende lichamelijke zaken, de plaats in een lidstaat waar de zaken volgens de overeenkomst geleverd werden of geleverd hadden moeten worden;
- voor de verstrekking van diensten, de plaats in een lidstaat waar de diensten volgens de overeenkomst verstrekt werden of verstrekt hadden moeten worden;(…)”
tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft”kwam niet voor in de voorlopers van de herschikte Verordening (Verordening (EG) nr. 44/2001 en het EEX-Verdrag).
4.De beslissing
21 januari 2020voor akte uitlating aan de zijde van beide partijen zoals bedoeld in rechtsoverweging 3.11;