ECLI:NL:GHARL:2019:10921

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2019
Publicatiedatum
18 december 2019
Zaaknummer
200.258.003
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WORArt. 9 lid 3 WORArt. 9 lid 4 WORArt. 16 reglement OR
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot benoeming en wijziging kiesgroepen ondernemingsraad Kalorama

In maart 2018 vonden ondernemingsraadverkiezingen plaats bij Stichting Kalorama, waarbij een kiesgroepenstelsel met vijf groepen werd gehanteerd. Na onvervulde zetels in de kiesgroep 'Verzorgingshuiszorg' stelde verzoeker zich kandidaat voor tussentijdse benoeming, maar de ondernemingsraad wees zijn kandidatuur af. Verzoeker vorderde bij de kantonrechter benoeming en wijziging van het reglement, maar dit werd afgewezen.

In hoger beroep handhaafde het hof deze beslissing. Het hof oordeelde dat het kiesgroepenstelsel niet in strijd is met de WOR en bevorderlijk is voor een goede toepassing ervan, gezien de verschillende zorgsoorten en locaties binnen Kalorama. De huidige zetelverdeling werd als voldoende evenredig en representatief beoordeeld.

Verder stelde het hof dat de ondernemingsraad discretionair bevoegd is om bij lege zetels af te wijken van het kiesgroepenstelsel, maar niet verplicht is dit te doen. De afwijzing van verzoekers kandidatuur was niet willekeurig, omdat hij niet tot de betreffende kiesgroep behoorde en de OR de lege zetels wilde reserveren voor kandidaten uit die groep. Verzoeker werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van verzoeker tot benoeming in de OR en handhaving van het kiesgroepenstelsel en de zetelverdeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.258.003
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, 7227090)
beschikking van 16 december 2019
in de zaak van
[verzoeker],
domicilie kiezende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep,
in eerste aanleg: verzoeker,
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: mr. J.P.H. Zwemmer,
tegen:
de
ondernemingsraad van de Stichting Kalorama te Beek,
gevestigd te Beek,
verweerder in hoger beroep,
in eerste aanleg: verweerder,
hierna: de OR,
advocaat: mr. S.F.H. Jellinghaus.
Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt:
de stichting
Stichting Kalorama,
gevestigd te Beek,
hierna: Kalorama,
advocaat: mr. A.M. Breedveld.

1.De procedure bij de kantonrechter

Voor de procedure bij de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van 30 januari 2019.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Bij beroepschrift van 15 april 2019, ontvangen door de griffie op 17 april 2019, is [verzoeker] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter.
2.2
De OR heeft op 19 juni 2019 een verweerschrift ingediend.
2.3
Kalorama heeft bij brief van 19 juni 2019 medegedeeld geen verweerschrift in te zullen dienen, maar de standpunten van [verzoeker] wel te onderschrijven.
2.4
Op 20 november 2019 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Daarbij hebben (de advocaten van) [verzoeker] , de OR en Kalorama hun standpunten mondeling toegelicht. Mrs. Zwemmer en Jovovic namens [verzoeker] en mrs. Jellinghaus en Milbau namens de OR hebben dat mede gedaan aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben voorgedragen en aan het hof hebben overgelegd.

3.De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1
In maart 2018 hebben er bij Kalorama ondernemingsraadverkiezingen plaatsgevonden. De OR heeft daarbij, conform zijn reglement (hierna: het ‘reglement’), een kiesgroepenstelsel gehanteerd dat bestaat uit vijf kiesgroepen. Per kiesgroep is op grond van het reglement een vast aantal zetels in de OR beschikbaar. De twee zetels van de kiesgroep ‘Verzorgingshuiszorg’ zijn na de verkiezingen onvervuld gebleven. In een e-mail van
22 augustus 2018 heeft [verzoeker] zich kandidaat gesteld voor de (tussentijdse) vervulling van één van deze vacatures. De OR heeft de kandidatuur van [verzoeker] in een e-mail van 29 augustus 2018 afgewezen. [verzoeker] is het daar niet mee eens en heeft in een procedure bij de kantonrechter op grond van artikel 36 Wet Pro op de Ondernemingsraden (hierna: WOR), kort weergegeven, verzocht de OR te bevelen om hem als lid van de OR te benoemen. Verder heeft hij verzocht de OR te bevelen het reglement in overeenstemming te brengen met de eisen van de WOR door de kiesgroepen af te schaffen, dan wel de zetelverdeling aan te passen. De kantonrechter heeft de verzoeken van [verzoeker] op 30 januari 2019 afgewezen. [verzoeker] heeft tegen deze beslissing zes grieven gericht en zijn verzoeken gehandhaafd.
3.2
Het hof stelt het volgende voorop. Artikel 8 WOR Pro bepaalt dat een ondernemingsraad een reglement maakt waarin de onderwerpen worden geregeld die bij of krachtens de WOR ter regeling aan de ondernemingsraad zijn opgedragen of overgelaten. Artikel 9 lid 3 en Pro lid 4 WOR geeft ondernemingsraden de mogelijkheid om een kiesgroepenstelsel te hanteren en, als dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR, voorzieningen in hun reglement te treffen zodat de verschillende groepen van de in de onderneming werkzame personen zoveel mogelijk in de ondernemingsraad vertegenwoordigd kunnen zijn. Het doel hiervan is om ervoor te zorgen dat de samenstelling van de ondernemingsraad een zoveel mogelijk representatieve afspiegeling is van de onderneming.
3.3
Door kiesgroepen te hanteren, zoals in artikel 3 van Pro het reglement is bepaald, is geen sprake van strijd van het reglement met de WOR. Op grond van artikel 9 lid 3 en Pro 4 WOR is dit namelijk toegestaan mits het bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR. De reden dat, sinds jaar en dag, kiesgroepen worden gehanteerd, is er in gelegen dat binnen Kalorama verschillende soorten specifieke zorg aan verschillende specifieke groepen cliënten wordt verleend vanuit zes verschillende locaties, aldus de toelichting van de OR. Het kiesgroepenstelsel zorgt ervoor dat deze verschillende groepen medewerkers allemaal vertegenwoordigd zijn in de OR en zo medezeggenschap hebben. Tegenover deze uitleg heeft [verzoeker] onvoldoende gemotiveerd waarom er, zoals hij stelt, géén verschillende groepen medewerkers te onderscheiden zijn. [verzoeker] heeft weliswaar gesteld dat op alle locaties dezelfde zorg wordt verleend door mensen met dezelfde vaardigheden, dezelfde werktijden en dezelfde arbeidsvoorwaarden, maar hij heeft niet althans onvoldoende weersproken dat de aard van de activiteiten van de medewerkers vanwege het verschil in type zorg en bewoner per locatie (en dus per kiesgroep) verschilt. Het hof acht, gelet op de toelichting van de OR, het door de OR gehanteerde kiesgroepenstelsel daarom bevorderlijk voor de goede toepassing van de WOR en niet in strijd met de wet.
3.4
[verzoeker] meent dat de huidige zetelverdeling niet evenredig is; volgens zijn berekening heeft de kiesgroep Verzorgingshuiszorg een zetel teveel en de kiesgroep Verpleeghuiszorg een zetel te weinig zodat hij als lid van de OR dient te worden benoemd voor de vervulling van de (door hem berekende, extra) zetel van de kiesgroep Verpleeghuiszorg. Het hof is het niet met [verzoeker] eens. Uitgangspunt is dat bij toewijzing van het aantal kiesgroepenzetels wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk evenredige verdeling. Onder omstandigheden kan echter ook aan deze eis worden voldaan als de vertegenwoordiging getalsmatig niet evenredig is, zolang het reglement niet in strijd is met de wet of in de weg staat aan een goede toepassing van de wet. Daargelaten of [verzoeker] tot de kiesgroep Verpleeghuiszorg behoort en of zijn zetelberekening klopt, ziet het hof niet in op grond waarvan de huidige zetelverdeling onvoldoende evenredig is en dus aangepast dient te worden. De kiesgroep Verpleeghuiszorg is met vijf zetels tegenover de andere kiesgroepen die maar één, twee of drie zetels hebben, op grote lijnen evenredig en voldoende representatief vertegenwoordigd in de OR. [verzoeker] heeft ook niet gesteld dat deze zetelverdeling in de weg staat aan een goede toepassing van de wet bij Kalorama. Een eventuele wijziging van de zetelverdeling heeft bovendien pas werking vanaf de volgende ondernemingsraadverkiezingen, zodat [verzoeker] met dit verzoek ook niet zal bereiken dat hij alsnog tot lid van de OR moet worden benoemd.
3.5
Nu het kiesgroepenstelsel en de zetelverdeling in het reglement gehandhaafd kunnen blijven, is de vraag of de OR de kandidatuur van [verzoeker] op goede (reglementaire) gronden heeft afgewezen. Twee bepalingen uit het reglement zijn daarbij van belang. Artikel 16 van Pro het reglement, waarin de wijze waarop een kandidaat tussentijds voor de OR kan worden benoemd (namelijk onder welke voorwaarden met een verkorte benoemingsprocedure kan worden volstaan), is geregeld. En artikel 3 lid 1 van Pro het reglement, waarin is bepaald:
“Indien er lege zetels binnen de OR zijn en er dient zich tussentijds een belangstellende voor de OR aan, kan van bovenstaande methodiek[lees: het kiesgroepenstelsel met vaste zetelverdeling, opmerking hof]
worden afgeweken.”
3.6
Volgens [verzoeker] staan in artikel 16 van Pro het reglement heldere criteria op grond waarvan een kandidaat tussentijds kan worden benoemd. Hij voldoet aan die criteria en had dus moeten worden benoemd. Daarin volgt het hof [verzoeker] niet. Artikel 16 laat Pro namelijk onverlet dat artikel 3 ook Pro geldt wanneer de verkorte procedure wordt toegepast en ook voor die situatie regelt welke kandidaten voor welke kiesgroepen lid kunnen worden van de OR. Anders dan [verzoeker] betoogt, is artikel 16 naast Pro artikel 3 van Pro het reglement dus geen zelfstandige grondslag voor benoeming tot lid van de OR.
3.7
Dan rest nog de vraag of de OR [verzoeker] terecht op grond van artikel 3 van Pro het reglement heeft afgewezen. De OR voert aan dat [verzoeker] is afgewezen omdat hij niet behoort tot de kiesgroep ‘Verzorgingshuiszorg’ waarvoor de twee vacatures bestaan. [verzoeker] beweert ook niet dat hij tot die kiesgroep behoort, maar vindt dat de OR van het kiesgroepenstelsel had moeten afwijken.Het woord ‘kan’ in artikel 3 van Pro het reglement duidt naar oordeel van het hof op een discretionaire bevoegdheid. De OR heeft bij lege zetels dus de mogelijkheid om af te wijken van het kiesgroepenstelsel en de vaste zetelverdeling, maar is daartoe niet verplicht, zoals [verzoeker] stelt. De OR heeft uitgelegd dat hij geen gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om af te wijken van het kiesgroepenstelsel en de zetelverdeling omdat hij, in het kader van een zoveel mogelijk representatieve samenstelling van de OR, de lege zetels wil openhouden voor (toekomstige) OR-leden uit de kiesgroep Verzorgingshuiszorg. Deze keuze is in lijn met het doel van het kiesgroepenstelsel. De OR heeft toegelicht dat de reserve-kandidaten van de andere kiesgroepen (leden die zich wel kandidaat hadden gesteld voor hun kiesgroep, maar die niet zijn gekozen) om die reden ook niet voor vervulling van de zetels in de kiesgroep Verzorgingshuiszorg zijn benaderd. De kandidatuur van de heer [B] is ook op die grond afgewezen. Van willekeur van de OR bij afwijzing van de kandidatuur van [verzoeker] is dan ook niet gebleken.
3.8
Het hoger beroep faalt. Het hof zal de beschikking van de kantonrechter bekrachtigen. Omdat [verzoeker] in het ongelijk zal worden gesteld, zal hij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de bestreden beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, van 30 januari 2019;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de OR vastgesteld op € 741,00 voor griffierecht en op € 2.148,00 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S.C.P. Giesen, H.L. Wattel en C.J.G.H. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 december 2019.