ECLI:NL:GHARL:2019:11334

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 november 2019
Publicatiedatum
18 augustus 2020
Zaaknummer
21-000254-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder C OpiumwetArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen in opiumwetzaak

In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland. De veroordeelde was eerder door het hof veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet.

De advocaat-generaal had een vordering ingediend tot vaststelling en betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 72.981,94. Tijdens de terechtzitting heeft het hof deze vordering onderzocht en tevens de standpunten van de veroordeelde en zijn raadsman gehoord.

Het hof heeft vastgesteld dat uit het strafdossier en de behandeling van de vordering niet is gebleken dat de veroordeelde financieel voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde handelen. Daarom is de vordering tot ontneming afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door de vordering tot betaling aan de staat af te wijzen.

Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen wegens gebrek aan bewijs van financieel voordeel.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000254-19
Uitspraak d.d.: 4 november 2019
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 30 maart 2018 met parketnummer 05-720171-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 oktober 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot vaststelling van het door veroordeelde genoten wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 72.981,94 en tot veroordeling van veroordeelde tot betaling aan de staat van hetzelfde bedrag. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door veroordeelde en zijn waarnemend raadsman,
mr. M.C. Molenaar, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 4 november 2019 (parketnummer 21-002091-18) ter zake van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, veroordeeld tot straf.
Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is niet gebleken dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.
De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet daarom worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
Aldus gewezen door
mr. M. Schoemaker, voorzitter,
mr. F.A.M. Bakker en mr. C.M.E. Lagarde, raadsheren,
in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,
en op 4 november 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.