Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
De verdere beoordeling van de grieven en de vorderingen in het principaal en incidenteel hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep tussen Stichting Vilente en Stichting Woonzorg Nederland staat de huur van zorgvastgoed en de gevolgen van de financieringswijzigingen door de bruteringsoperatie in 1995 centraal. Het geschil betreft onder meer de vraag welke huurovereenkomst partijen in 1995 zouden hebben gesloten als zij de aflossing van Rijksleningen hadden voorzien, en of Woonzorg nadeel heeft ondervonden van voortijdige opzegging van de huurovereenkomst voor het complex de Klinkenberg.
Het hof heeft een deskundige benoemd die een rapport heeft uitgebracht met een analyse van de huurbetalingen, instandhoudingslasten en financieringskosten. Het hof heeft partijen verzocht aanvullende informatie te verstrekken en de deskundige herberekeningen te laten maken, onder meer met betrekking tot huur voor keuken en inventaris, kosten na 2013, en gevolgen van herfinanciering in 2003.
Tijdens de comparitie zijn diverse punten besproken, waarbij het hof onder meer het bezwaar van Woonzorg tegen de gehanteerde financieringshypothese verwierp. Ook is het standpunt van Vilente dat waardevermeerdering van het perceel in een bestemmingsplan moet worden betrokken, door het hof afgewezen. Het hof heeft partijen uitgenodigd om schriftelijk te reageren op de herberekeningen van de deskundige.
De zaak is verwezen naar de rol van 10 september 2019 voor verdere behandeling, waarbij het hof iedere verdere beslissing aanhoudt totdat partijen hun standpunten hebben uitgewisseld en de deskundige zijn berekeningen heeft afgerond.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor verdere behandeling na herberekeningen door de deskundige en schriftelijke standpunten van partijen.