Belanghebbende is eigenaar van een gemeubileerde recreatiewoning op Terschelling en heeft deze in 2016 via een bemiddelingsbureau verhuurd voor 147 dagen, terwijl hij zelf 22 dagen gebruik maakte van de woning. De gemeente legde een aanslag forensenbelasting op omdat de woning meer dan 90 dagen beschikbaar zou zijn gehouden voor belanghebbende en zijn gezin, ondanks het bezwaar en beroep van belanghebbende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het gerechtshof heeft het geschil beoordeeld aan de hand van de Gemeentewet, de Verordening forensenbelasting van Terschelling en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Volgens deze jurisprudentie geldt dat een aanslag niet mag worden opgelegd als de woning niet meer dan 90 dagen beschikbaar wordt gehouden voor eigen gebruik of gezin.
Het hof oordeelt dat het gebruik van de woning door belanghebbende en het bemiddelingsbureau niet leidt tot uitsluiting van beschikbaarheid voor meer dan 90 dagen. De verhuurbemiddelingsovereenkomst beperkt het eigen gebruik niet reëel, aangezien de woning slechts 147 dagen verhuurd was en belanghebbende 22 dagen zelf gebruikte. Daarom is de aanslag terecht opgelegd en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.