Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de overnemende werkgever, Carfit Groningen, zich kon beroepen op een boetebeding in een arbeidsovereenkomst die was gesloten tussen de werknemer en de overdragende vennootschap Tilton Recrutement C.V. De werknemer was oorspronkelijk in dienst bij Tilton Recrutement C.V. en trad later in dienst bij Carfit Groningen, nadat Tilton Recrutement C.V. was opgeheven.
De kantonrechter had het boetebeding onaanvaardbaar en onduidelijk geformuleerd verklaard en de vordering van Carfit Groningen afgewezen. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat Carfit Groningen onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW Pro. Ook was niet voldaan aan de informatieplicht uit artikel 7:665a BW.
Daarnaast oordeelde het hof dat het boetebeding niet was overeengekomen tussen Carfit Groningen en de werknemer en dat het boetebeding niet automatisch van toepassing kon zijn op het dienstverband bij Carfit Groningen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Carfit Groningen in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot betaling van de boete af.