Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemer trad in mei 2014 in dienst bij de werkgever en combineerde werk met een opleiding. In juli 2018 gaf de werknemer via een WhatsApp-bericht aan zijn contract te willen ontbinden vanwege studie, met vertrek per september. Na een gesprek met een collega werd de werknemer ziek gemeld en stopte de loonbetaling per 1 september 2018.
De werkgever stelde dat de werknemer zelf ontslag had genomen per 1 september 2018, maar de werknemer betwistte dit en vorderde loondoorbetaling. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een rechtsgeldige ontslagname door de werknemer en wees de vorderingen af.
Het hof stelde vast dat voor een geldige opzegging door de werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring vereist is. Hoewel de werknemer aangaf te willen stoppen, was niet gebleken dat de werkgever zich met redelijke zorgvuldigheid had vergewist dat de werknemer zich bewust was van de gevolgen van ontslag. De werkgever had onvoldoende voldaan aan zijn informatieplicht.
Daarom oordeelde het hof dat het ontslag niet rechtsgeldig was en dat de arbeidsovereenkomst voortduurde. De werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 1 september 2018, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en tot verstrekking van bruto-nettospecificaties. De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 1 september 2018 wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ontslagname door de werknemer.