Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep in een zaak over erkenning en omgang van een minderjarige met zijn vader. De moeder had bezwaar tegen de vervangende toestemming voor erkenning door de vader en tegen uitbreiding van de omgangsregeling vanwege haar persoonlijke problematiek.
Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat erkenning de belangen van het kind of haar eigen belangen bij een ongestoorde verhouding zou schaden. De vader is de verwekker van het kind en het belang van het kind bij een juridische erkenning weegt zwaar. De omgang tussen vader en kind verloopt goed, hoewel begeleid, en het belang van het kind bij een verdere opbouw van de gehechtheidsrelatie met de vader is groot.
De moeder ervaart stress en persoonlijke problemen, maar het hof vond dit onvoldoende zwaarwegend om uitbreiding van de omgang te weigeren. Het hof stelde een gefaseerde uitbreiding van de omgangsregeling vast met begeleide omgang gevolgd door onbegeleide omgang bij de vader thuis. De beslissing over het gezamenlijk gezag wordt aangehouden totdat de omgangsregeling is geëvalueerd.
Het hof gaf de raad opdracht uiterlijk 15 juli 2019 te rapporteren over de omgangsregeling en de stand van zaken, waarna het hof schriftelijk zal beslissen over het gezag en de definitieve omgangsregeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming voor erkenning en stelt een gefaseerde uitbreiding van de omgangsregeling vast, houdt beslissing over gezag aan.