Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden en hebben twee kinderen. De rechtbank sprak op 29 juni 2018 een scheiding van tafel en bed uit, met de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw.
De man verzocht in hoger beroep om de scheiding van tafel en bed te vernietigen en alsnog echtscheiding uit te spreken, omdat hij van mening was dat het huwelijk niet meer te herstellen was en de vrouw onvoldoende meewerkt aan contact met de kinderen.
De vrouw verzocht het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren of zijn verzoek af te wijzen, omdat hij in eerste aanleg al had gevraagd om scheiding van tafel en bed en zij vanwege haar geloofsovertuiging geen echtscheiding wenst.
Het hof oordeelde dat de man in eerste aanleg heeft gekregen waar hij om vroeg en dat het hoger beroep niet bedoeld is om een toegewezen verzoek alsnog te wijzigen. Het verzoek tot echtscheiding in hoger beroep kon daarom niet worden ingewilligd.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot echtscheiding af en bekrachtigt de scheiding van tafel en bed.