Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ontvangervan de
Belastingdienst/kantoor Amsterdam(hierna: de Ontvanger)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
€30
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was het niet eens met een rentebeschikking van de Belastingdienst over de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2013. Na eerdere procedures bij de rechtbank en bezwaar bij de Ontvanger, werd het bezwaar ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat het bezwaarschrift niet uitsluitend tegen de rentebeschikking was gericht, maar ook tegen de hoogte van de aanslag IB/PVV 2013 en dat hij recht had op een teruggaaf van in totaal € 12.830. Het Hof oordeelde dat het bezwaarschrift inderdaad niet uitsluitend tegen de rentebeschikking kon worden opgevat, maar dat voor zover het een verzoek tot ambtshalve vermindering van de aanslag betrof, de Inspecteur bevoegd is en het verzoek moet worden doorgezonden.
De rechtbank had geoordeeld dat de invorderingsrente terecht was berekend conform de Invorderingswet 1990 en dat belanghebbende geen gronden had aangevoerd tegen de juistheid daarvan. Het Hof onderschreef deze beoordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd bepaald dat de griffier een afschrift van de uitspraak aan de Inspecteur zal doorzenden voor verdere behandeling van het verzoek tot ambtshalve vermindering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.