Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn GBLT(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende voerde hoger beroep tegen de rechtbankuitspraken die de WOZ-waarden van zijn monumentale woningen aan de [a-straat] 4 en 6 te [Z] hadden verminderd. De heffingsambtenaar had de waarden voor 2017 vastgesteld op respectievelijk €370.000 en €364.000, maar de rechtbank had deze verlaagd naar €320.000 en €300.000.
Tijdens het hoger beroep trok de heffingsambtenaar zijn incidentele hoger beroep in en berustte in de door de rechtbank vastgestelde waarden. Het Hof oordeelde echter dat de door partijen overgelegde taxatierapporten onvoldoende vergelijkbaar en onbruikbaar waren vanwege het unieke karakter van de woningen en onduidelijkheden over de inhoudsberekeningen.
Het Hof hechtte daarom belang aan de aankoopprijs van het complex in 2013 en de verkoop van een nabijgelegen woning in 2018. Op basis daarvan stelde het Hof de waarde van [a-straat] 4 vast op €300.000 en van [a-straat] 6 op €280.000 per peildatum 1 januari 2016.
Verder vernietigde het Hof de eerdere uitspraken van de rechtbank en heffingsambtenaar, en kende het een proceskostenvergoeding toe van €2.940,78 aan belanghebbende, inclusief vergoeding voor griffierecht en taxatierapporten.
De uitspraak werd gedaan door mr. A. van Dongen, mr. J.W. van Knobelsdorff en mr. J.P.M. Kooijmans op 26 maart 2019.
Uitkomst: De WOZ-waarden van de woningen aan [a-straat] 4 en 6 te [Z] zijn vastgesteld op respectievelijk €300.000 en €280.000 per 1 januari 2016.