Uitspraak
kantoorhoudende te [C] .
De beslissing van de kantonrechter
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd een administratieve sanctie van €249 opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 26 km/u buiten de bebouwde kom. De betrokkene stelde beroep in tegen deze sanctie, waarbij onder meer werd aangevoerd dat sprake was van schending van de hoorplicht en twijfels over de bevoegdheid van de opsporingsambtenaar en de juistheid van de meetapparatuur.
De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond wegens een schending van de motiveringsplicht door de officier van justitie, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het hof oordeelde dat de betrokkene niet had verzocht om te worden gehoord, waardoor de officier van justitie terecht van het horen kon afzien. Ook was er geen reden om te twijfelen aan de bevoegdheid van de ambtenaar of de juistheid van de meetgegevens.
Het hof bevestigde dat de kantonrechter het verzoek om proceskostenvergoeding mocht afwijzen omdat de gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep niet op door de betrokkene aangedragen gronden was gebaseerd. De beslissing van de kantonrechter werd daarmee bekrachtigd en het verzoek tot vergoeding van kosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding en verklaart het beroep tegen de sanctie grotendeels ongegrond.