Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
4.De slotsom
€ 5.213
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de uitleg van een makelaarsovereenkomst centraal, waarbij [Appellant] aanspraak maakt op courtage en schadevergoeding wegens niet-nakoming door [Geintimeerden]. De overeenkomst verplichtte [Geintimeerden] om [Appellant] in te schakelen voor de verkoopbemiddeling van minimaal 300 woningen in het plan Project, met boetebedingen bij niet-nakoming.
[Geintimeerden] verkocht gronden en ontwikkelingsrechten zonder de vereiste derden- en kettingbedingen op te nemen, waardoor [Appellant] niet kon bemiddelen. De rechtbank kende boetes toe en verwees de schadevergoeding naar een schadestaatprocedure. In hoger beroep werd onder meer betwist of compensatie via andere projecten mogelijk was en of boetes gematigd konden worden.
Het hof oordeelt dat de overeenkomst duidelijk voorschrijft dat bemiddeling in het plan Project centraal staat en dat compensatie in andere projecten slechts mogelijk is als het plan Project onvoldoende woningen oplevert. De eerdere instemming van [Appellant] met bemiddeling in andere projecten was een tijdelijke regeling en vervangt de verplichting tot bemiddeling in het plan Project niet.
Verder matigt het hof de boetes die verband houden met een enkele kavelverkoop wegens disproportionaliteit, maar bevestigt de toewijzing van de overige boetes en de schadevergoeding. Ook wijst het hof de vordering tot handelsrente op boetes af en bevestigt dat boetes niet in mindering komen op de schadevergoeding. De kosten van het hoger beroep worden aan [Geintimeerden] opgelegd.
Uitkomst: Het hof matigt een deel van de boetes en bevestigt de toewijzing van schadevergoeding en overige boetes, met veroordeling van [Geintimeerden] in kosten.