Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
de gemeente Heerde(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in het buitengebied, die was vastgesteld op €328.000. De rechtbank had de waarde verminderd tot €317.500 en de heffingsambtenaar veroordeeld in de kosten van bezwaar en beroep. Zowel belanghebbende als de heffingsambtenaar stelden hoger beroep in, waarbij belanghebbende tevens een proceskostenvergoeding voor het hoorgesprek in de bezwaarfase vorderde en stelde dat de hoorplicht en het motiveringsbeginsel waren geschonden.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde niet aannemelijk had gemaakt, vooral vanwege onvoldoende onderbouwing van de grondwaarde en de waardering van de garage. De rechtbankwaarde van €317.500 werd bevestigd. Het verzoek tot terugwijzing wegens schending van de hoorplicht werd afgewezen, omdat ook een onzorgvuldig hoorgesprek als hoorgesprek in de zin van de Awb geldt.
De rechtbank had ten onrechte geen vergoeding toegekend voor het hoorgesprek, maar de heffingsambtenaar kon niet worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Wel werd de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende voor bezwaar, beroep en hoger beroep, tezamen €3.068, en tot vergoeding van het griffierecht van €126. Het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de WOZ-waarde van €317.500 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van proceskostenvergoeding en griffierecht aan belanghebbende.