Belanghebbende, opgericht in 2011, exploiteert sportaccommodaties en heeft van de gemeente Utrechtse Heuvelrug een recht van opstal ontvangen met een vergoeding van €1 per jaar en een 'bruidsschat' voor achterstallig onderhoud. De gemeente stelde sportvelden gratis ter beschikking aan verenigingen, maar belanghebbende huurde deze velden van de gemeente en verhuurde ze vervolgens aan de vereniging met btw-heffing. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op en wees teruggaafverzoeken af, stellende dat sprake was van misbruik van recht door een kunstmatige constructie die een belastingvoordeel opleverde.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof oordeelde dat de juridische vormgeving en feitelijke situatie overeenkomen met de economische realiteit en dat belanghebbende voldoende zelfstandigheid bezit. Het Hof erkent dat belanghebbende een financieringsvoordeel behaalt en een belastingvoordeel door het tariefverschil, maar stelt dat deze voordelen inherent zijn aan het btw-systeem en niet in strijd met het doel van de Btw-richtlijn. Het Hof volgt de Inspecteur niet in de stelling dat sprake is van misbruik.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, vernietigt de naheffingsaanslagen, gelast teruggaaf van omzetbelasting en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten. De uitspraak is gedaan op 24 april 2019 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.