Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
de gemeente Scherpenzeel(hierna: de heffingsambtenaar).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een gemeentelijk monument, een vrijstaande woonboerderij met een asbesthoudend dakbeschot. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2016 vast op €467.000, waarbij rekening werd gehouden met een waardedruk vanwege asbest van €36.000. Belanghebbende stelde dat de waardedruk €60.000 bedroeg en dat de verwijderingsplicht per 1 januari 2024 onvoldoende was meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de waardedruk, mede op basis van een taxatierapport waarin de waardedruk was berekend op basis van een onmiddellijke verwijdering van asbest. De taxateur hield rekening met de kosten van verwijdering en herstel, waarbij de kosten van nieuwe dakpannen als woningverbetering werden aangemerkt.
Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat de verwijderingsplicht per 2024 tot een hogere waardedruk zou leiden, omdat deze verplichting niet geldt voor asbest aan de binnenkant van gebouwen. Ook werd het argument dat de kosten niet tot woningverbetering zouden leiden verworpen, omdat vervanging van het dak de levensduur verlengt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde inclusief waardedruk door asbest wordt bevestigd.