Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Ommen tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake toeristenbelasting. Belanghebbende verhuurt stacaravans en stelde zich op het standpunt dat voor het verblijf van huurders vrijstelling van toeristenbelasting geldt omdat zij forensenbelasting betalen.
Het hof oordeelde dat het aan belanghebbende is om aannemelijk te maken dat de vrijstelling van toepassing is. Ondanks een eerdere tussenuitspraak waarin het hof belanghebbende in de gelegenheid stelde nadere gegevens te verstrekken over het hoofdverblijf van huurders, heeft belanghebbende geen concrete en verifieerbare gegevens overgelegd.
Het hof stelde vast dat de bewijslast anders is verdeeld dan partijen aanvankelijk aannamen en dat belanghebbende niet aan deze bewijslast heeft voldaan. Daarom werd het hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
De proceskosten werden niet aan de heffingsambtenaar opgelegd. De uitspraak werd openbaar gedaan op 30 april 2019 en ondertekend door mr. R. den Ouden namens het hof.