Belanghebbende verhuurt volledig ingerichte appartementen aan bedrijven voor de tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers, de zogenaamde 'short stay' bewoning van minimaal een week tot maximaal zes maanden. De gemeente Amsterdam legde voorlopige aanslagen toeristenbelasting op voor de jaren 2010 en 2011.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende als verhuurder van deze appartementen belastingplichtig is voor de toeristenbelasting, ondanks dat de huurovereenkomsten met de bedrijven zijn gesloten en de vergoeding door deze bedrijven wordt betaald. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende belastingplichtig is omdat zij meer doet dan alleen het ter beschikking stellen van woonruimte, namelijk ook aanvullende diensten verleent aan de expats.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het belastbare feit zich voordoet bij het tegen vergoeding houden van verblijf door niet-ingezetenen, ongeacht wie de vergoeding betaalt. Belanghebbende wordt daarom als degene aangemerkt die gelegenheid biedt tot verblijf en is belastingplichtig. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt niet in proceskosten.