Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende voerde een eenmanszaak die per 23 november 2012 werd overgedragen aan een BV, waarna het ondernemerschap volgens de Belastingdienst op 13 december 2012 eindigde. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op voor 2012 en een aanslag voor 2013, waarbij de oudedagsreserve werd vrijgevallen en ondernemersfaciliteiten werden gecorrigeerd.
Belanghebbende stelde dat hij zijn onderneming pas in 2015 had gestaakt en dat hij na oprichting van de BV nog werkzaamheden verrichtte. Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde van voortgezette activiteiten en dat de onderneming eind 2012 was gestaakt. De oudedagsreserve moest daarom tot de winst worden gerekend en de stakingsaftrek van € 3.630 werd toegekend.
Verder werd geoordeeld dat de Inspecteur terecht een navorderingsaanslag oplegde omdat hij geen aanleiding had tot nader onderzoek bij het vaststellen van de primitieve aanslag. Voor 2013 was belanghebbende geen ondernemer meer en had hij geen recht op ondernemersfaciliteiten. Het verzoek om een verklaring voor recht wegens onrechtmatig handelen van de Inspecteur werd afgewezen.
Het hof vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank over 2012, bevestigde het oordeel over 2013, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende van € 2.302. De belastingrente en navorderingsaanslag werden dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de navorderingsaanslag 2012 en ongegrond voor de aanslag 2013, met vermindering van de navorderingsaanslag en toekenning van proceskosten aan belanghebbende.