Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de werkgever, een besloten vennootschap, haar zorgplicht jegens de werknemer had nageleefd toen deze tijdens het laden van vracht bij stormachtige omstandigheden ten val kwam en zijn pols brak.
De werknemer stelde dat de werkgever onvoldoende instructies had gegeven over het veilig openen van het zeil van de trailer bij harde wind, terwijl de werkgever betoogde dat zij aan haar zorgplicht had voldaan door het verstrekken van een chauffeurshandboek en het vertrouwen op de ervaring van de werknemer. Het hof oordeelde dat het handboek onvoldoende was, mede omdat het niet in de taal van de werknemer was en geen specifieke instructies bevatte voor laden bij slechte weersomstandigheden.
Verder stelde de werkgever dat het risico van harde wind algemeen bekend was en dat het ongeval een 'act of God' was, maar het hof verwierp dit omdat het ging om een specifiek gevaar verbonden aan de werkzaamheden. De werkgever was volgens het hof tekortgeschoten in haar zorgplicht en aansprakelijk voor de schade.
De bestuurder van de vennootschap werd niet persoonlijk aansprakelijk gehouden, omdat de vennootschap nog over middelen beschikte om de schade te voldoen. Het hof veroordeelde de werkgever tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding en de buitengerechtelijke kosten, en verwees de zaak naar de schadestaatprocedure voor verdere afwikkeling.
Uitkomst: De werkgever is aansprakelijk voor de schade van de werknemer en veroordeeld tot betaling van een voorschot op schadevergoeding en kosten.