ECLI:NL:GHARL:2019:4179
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet ontvankelijk wegens ontbreken deelvonnis en proceskostenveroordeling
In deze civiele procedure heeft SubsidieZeker hoger beroep ingesteld tegen een tussenvonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 28 december 2016. Het hof overweegt dat op grond van artikel 337 Rv Pro hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts mogelijk is indien sprake is van een voorlopige voorziening, een deelvonnis of wanneer het tussenvonnis expliciet hoger beroep openstelt. Hoewel het tussenvonnis meerdere bindende beslissingen bevatte, zijn deze niet in het dictum opgenomen, waardoor geen deelvonnis is vastgesteld.
SubsidieZeker betoogde dat zij ontvankelijk moest worden verklaard omdat het tussenvonnis een eindoordeel bevatte en zij haar rechten wilde beschermen. Het hof volgt dit niet en wijst het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid. BCS heeft gesteld dat SubsidieZeker door haar proceshouding onnodige kosten heeft veroorzaakt en verzocht om een integrale proceskostenveroordeling of afwijking van het liquidatietarief.
Het hof oordeelt dat ondanks de onjuiste procesvoering van SubsidieZeker dit niet als misbruik van procesrecht kan worden aangemerkt en wijkt niet af van het liquidatietarief. SubsidieZeker wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op €8.298 inclusief griffierecht en salaris advocaat. Het arrest is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2019.
Uitkomst: SubsidieZeker is niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.